Na het uitwisselen van adressen en telefoonnummers vertrek ik met veel moed richting Logrono. Eigenlijk zou ik tientallen fotootjes kunnen nemen. De natuur is ruig, het moet hier hard leven zijn. Op de steile heuvels verschijnen de eerste wijnranken van de Rioja. De woorden gisteren van de meelevende vlaamse hospitaleros Anny en Koen spoken in mijn hoofd. "Ruth, je ziet er toch zo moe uit! Drink je wel genoeg? Doe vooral je eigen camino en laat die jonge hazewinden maar razen. Hou het rustig. Ga zeker niet over je grenzen... en in Burgos neem je enkele dagen vakantie. Dit is de enige manier om er te geraken. Het mag niet altijd afzien zijn". In Viana bestel ik een cafe con leche en geraak ik aan de babbel met een stel uit Quebecq. "Wat een knappe fiets heb jij"! In Logrono staan s'middags al stappers te wachten aan de 2 refugios. Er zouden nog meer pelgrims zijn als verleden jaar. Deze keer gaan ze mij niet op een stinkende matras krijgen in een onpersoonlijke sportzaal. Resoluut stap ik een hotel binnen. In het hete bad voel ik de vermoeidheid uit mijn benen wegdrijven. Ik zou heus in slaap vallen. Anny en Koen hebben gelijk. Ik ben moe en moet naar mijn lichaam luisteren. "Meer dan de helft komt nooit aan"! Al doe ik er een week langer over, ik denk er niet aan te stoppen. Voor deze streek is het op het ogenblik abnormaal warm. Alle dagen te lang fietsen bij 35 graden is naar problemen vragen. Straks ga ik nog eens naar die kerk kijken, waar Sinterklaas op een steigerend paard de sabel richt op de Moorse vijand, een verwijzing naar de Reconquista. Gans Spanje leefde indertijd gebukt onder Moors bewind, behalve Asturië.
Dit was een korte rit, maar ik ben nog altijd op het schema van 250 km per week. Ik zit nu aan 680 km.
Reacties
Nieuwe reactie inzenden