Mijn vorige tocht verleden jaar kwam plots tot een einde in Belorado, 50 km vóór Burgos. Het verlangen om ooit eens in Compostela aan te komen bleef sluimeren....
De 3-delige “De Sint Jacobs fietsroute” van Clemens Sweerman (uitgeverij Pirola) was mijn leidraad. Op momenten dat ik verloren reed, of dat een vermeld hotel niet meer bestond, kon ik Clemens hevig verwensen. Toch vertrouw ik mij terug op hem om mijn verdere tocht naar Santiago te doen slagen.
In Frankrijk heb ik deze keer gekozen voor de fietsroute “Langs oude Wegen (deel 2)” van Clemens Sweerman en Aart van Rossum. Ik sluit op deze route aan in de buurt van Rocamadour in de Dordognestreek. Dit stadje was enkele tientallen jaren geleden - wellicht noch altijd- een vaste tussenstop op weg naar Lourdes. Het stadje ligt letterlijk tegen een stuk rotswand aangeplakt. Van daaruit heb je een adembenemend zicht op de vallei van de Alzon. Sinds de 11de eeuw is dit een druk bezocht bedevaartsoord en is voor veel pelgrims op weg naar Santiago een stop- en rustplaats.
Wat ben ik van plan?
Ik doorkruis in de Midi-Pyrenées de departementen Lot, Tarn-et-Garonne en de Gers. Vervolgens in de Aquitaine het departement Pyrenées-Atlantiques.
Vanuit toeristisch oogpunt fiets ik door de Quercy, Armagnac, Béarn, Pays-Basque en Basse Navarre.
De route doet geen echt grote steden aan. We doorkruisen eerder gezellige plaatsen en bescheiden oorden. Te vermelden zijn Cahors, Moissac, Lectoure, Montesquiou, Maubourget en Oloron-Ste.Marie, vertrekpunt naar de Col de Somport.
Vanuit Oloron-Ste.Marie fiets ik door een bergachtig landschap naar St.Jean-Pied-de-Port waar ik aansluit op de “El Camino Francés” over de Col d’Ibaneta naar Roncevalles. Als voorsmaakje van de Col d’Ibaneta krijg ik vanuit Oloron-Ste.Marie de Col d’Osquich te verwerken, een pittige klim tot 500m hoogte waarvan 3 km aan 8%.
In Spanje zal ik de Camino regelmatig eventjes verlaten, denk ik, om mij een grote zwenk te permitteren rondom de grotere steden als Pamplona, Logrono en Burgos. Ik besef dat ik hierdoor enkele culturele “musts” oversla. De Camino is echter zó druk bezaaid met historische kerkjes en bouwsels dat ik er gerust in ben voldoende aan mijn trekken te zullen komen. Ik wil niet meer verloren geraken en opgaan in al te druk en storend stadsgeweld.
De afstand in Frankrijk vanaf Rocamadour tot St.Jean-Pied-de-Port bedraagt ongeveer 450 km. Als ik er de 950 km tot Compostela bij tel, kom ik tot de maximale afstand van 1450 km. Ik mag 50 km verkeerd rijden!? Met een gemiddelde van 50 km per dag of minstens 250 km per week, moeten 6 weken ruimschoots volstaan. Het ganse traject, behalve de bloedhete “meseta” tussen Burgos en León, is meestal heuvelachtig tot bergachtig.
Alhoewel ik 400 km minder voor de boeg heb als de afstand die ik verleden jaar bij elkaar heb gefietst, zal ik dit traject van 1450 km maar wijselijk niet te fel onderschatten.
Ik vertrek vermoedelijk op 15 augustus vanuit Carlux bij Souillac en Rocamadour om ten allerlaatste op 28 september in Santiago de Compostela aan te komen.
Waarom ik mij dit jaar terug met zo’n tocht “kwel”?
Het is een luxe om “hasta luego” (tot weerziens) te kunnen roepen en gedurende meerdere weken alles en iedereen achter te laten. Een tikkeltje egoïstisch misschien.
Ik “kwel” mij in zekere zin om dezelfde redenen als verleden jaar maar met andere accenten. Op mijn fiets in de vrije natuur een beetje filosoferen en bezinnen, over wat ik met mijn verder leven nog wil aanvangen … tenminste voor zover ik daar veel vat op heb?
Verleden jaar merkte ik na één week reeds, dat ik bijna nergens meer aan dacht, tenzij aan de dingen om te overleven. Alles wat ik nog bezat waren mijn fiets, mijn fietszakken en wat er in zat. Ik voelde mij vrij! Vrij van wat ik deed, vrij van wat ik dacht … vrij van geloof! Vrij zijn is de beste manier tegen depressie, beweren heel wat therapeuten. In verband met die tocht las ik ergens : “Ce n’est pas moi qui fait le Chemin, mais le Chemin qui fait moi”.
Dit jaar ben ik er minder gerust in om alleen te vertrekken. Ik kan nu beter inschatten wat mij allemaal kan overkomen. Zoals ik een beetje had verwacht, heeft niemand zich op mijn blog aangemeld om mij te vergezellen. Ik hoopte op een medepelgrim vooral in verband met de veiligheid. Nochtans is het niet evident zo’n tocht aan te vangen met een medefiets(t)er zonder goede afspraken. Ieder moet op zijn/haar tempo kunnen fietsen, zeker bergop. Anders zijn spanningen niet te vermijden. Eigenlijk doe je zo’n tocht beter alleen. Het is de beste manier om in confrontatie te gaan met jezelf.
Een beetje naïef misschien, heb ik mij in Tongerlo nogmaals als pelgrim laten zegenen om bescherming. Je moet goed op mij passen, Sint Jacob, zodat ik heelhuids terugkom!
Ik heb een beetje toeristische informatie opgezocht:
Vanaf de buurt van Rocamadour tot Lectoure volg ik over Cahors en Moissac de Santiago-route komend vanuit le Puy. Deze weg noemde men indertijd de Via Podensis.
In plaats van deze verder te volgen richting Condom, Aire-sur-l’Adour en Navarenx, steek ik via Castéra-Verduzan en Biran over naar Montesquiou, waar ik aansluit op de Santiago-route, komend vanuit Arles en Toulouse. Deze weg werd de Via Tolosana genoemd en brengt mij langs Maubourget, Lescar, Lasseube en Oloron-Ste.Marie tot in St.Jean-Pied-de-Port aan de Frans-Spaanse grens.
Cahors in het departement Lot (hoofdstad van de Quercy met 30.000 inwoners).
De stad is langs 3 kanten omgeven door de meander van de Lot, zodat het een goed te verdedigen stad was. De meest welvarende periode van Cahors was de 13de eeuw toen een bloeiende handel ontstond onder de controle van rijke bankiers. Daarvan getuigen de rijke huizen die voor een groot deel opgebouwd zijn uit baksteen. Voor de vele arcades werd natuursteen gebruikt. In 1345 was de hele stad omring, niet alleen door de Lot maar ook door een ringmuur die de hele meander van de rivier afsloot. Op deze plaats loopt nu de boulevard Gambetta.
Een heropleving komt tot stand wanneer paus Johannes XXII, afkomstig uit Cahors, er in de 14de eeuw voor zorgt dat er een karthuizer klooster in de stad komt, dat de stad een universiteit kreeg, en dat er een aanvang gemaakt werd met allerlei molens aan de Lot. Toch gaan de handel en nijverheid langzaam achteruit.
Pas in de 16de eeuw is er een echte heropbloei en wordt er terug gebouwd dat het een lieve lust is zoals het “Maison Henri IV” (nu het Hôtel de Roaldès).
In de 19de eeuw ondergaat de stad een grote wijziging, het oude verdedigingswerk dwars door de stad wordt gesloopt, en wordt de boulevard Gambetta de centrale as. Aan de overkant van de oude stad wordt er fors gesloopt en worden een serie van grote bouwwerken gerealiseerd, onder meer het Hôtel de ville (1837-1847), het theater (1832-1842), het paleis van justitie (1857) en de bibliotheek (1890).
De moeite waard zijn :
- de Pont Valentré: deze brug is een schoolvoorbeeld van een middeleeuwse vestingbrug. De torens moesten de toegang tot de stad verdedigen. Het bouwen van de brug heeft 70 jaar geduurd, daar is ook de mythe van de duivel ontstaan. De bouwmeester van de brug zou zijn ziel aan de duivel verkocht hebben. Met een list probeerde hij er vanaf te komen. Als represaille brak de duivel elke nacht af, wat er de dag ervoor aan de centrale toren toegevoegd was. Bij de restauratie in de 19de eeuw is daarom een duivel in de toren toegevoegd.
- de Cathédrale Saint-Etienne: een monumentaal bouwwerk, een verzameling van allerlei verschillende bouwstijlen van de 11de tot de 17de eeuw.
- La Chantrerie: één van de mooiste monumenten in de oude stad, nu een expositieruimte.
- het Museum Henri Martin: het voormalige bisschoppelijke paleis. Het bezit thans een vaste collectie van Henri Martin (1860-1943), een bekende Franse neo-impressionist, die schilderde in zijn atelier niet ver van Cahors.
Moissac in het departement Tarn-et-Garonne (12.000 inwoners).
Dit stadje op de Tarn werd in 506 door Clovis gesticht in de nabijheid van een benedictijnerabdij. Door de eeuwen heen werd deze verschillende malen verwoest maar telkens heropgebouwd.
Te vermelden zijn :
- De abdij van Moissac: kreeg pas grotere betekenis toen het in 1047 met de abdij van Cluny verenigd werd. Het zuidportaal van de voorhal is één van de belangrijkste portalen van de Romaanse Languedoc en een voorbeeld voor veel andere in Spanje en Frankrijk. In het timpaan wordt Christus als wereldbeheerser voorgesteld, omgeven door de symbolen van de evangelisten, en door een schare engelen. Deze sculpturen beelden de Apocalyps uit.
In de Apocalyps of Openbaring schrijft Johannes over de geheimenissen van de toekomst en vooral over het einde van de geschiedenis. Hij gebruikt daarvoor allerlei allegorieën en ondoorzichtige beeldspraak. - Ongeveer 1,5 km stroomopwaarts waar de Tarn en de Garonne samenvloeien, staat het indrukwekkende “Aquaduct du Cacor” te pronken. Het werd rond 1845 gebouwd. Door zijn afmetingen en door het harmonieus samengaan van de grijze natuursteen van Quercy en de roze baksteen van Toulouse, is het één van de belangrijkste architectonische monumenten van de streek en van de Franse waterstaatswerken.
Lectoure in het departement Tarn-et-Garonne (4500 inwoners).
Een verrassend groen stadje, gelegen tussen tuinen en terrassen, fonteinen en palmbomen. Vanaf de promenade du Bastion heb je een mooi zicht over de vallei van de Gers. Bij open weer kan je in de verte de silhouetten van de gevreesde Pyreneeën zien opduiken.
Het stadhuis, het vroegere bisschoppelijke paleis, krijgt veel bezoekers omdat zich in de achtertuin een uitnodigend zwembad ligt. In de benedenverdieping is een oudheidkundig museum met een unieke collectie aan fossielen en voorwerpen uit de prehistorie. Op het gelijkvloers is een reconstructie gevestigd van een apotheek uit de 19de eeuw die de oudste van Frankrijk zou zijn.
Hier verlaat ik de Via Podensis.
Montesquiou in het departement Gers (600 inwoners).
Een oud vestingstadje. De hoofdstraat geeft uit op een stadspoort uit de 13de eeuw, een overblijfsel van een vesting van waaruit een zeer steil pad afdaalt naar de Osse.
Hier kom ik op de Via Tolosana.
Maubourget in het departement Gers.
Een toeristisch plaatsje met een levendig winkelcentrum.
Lescar in het departement Pyrénées-Atlantiques (6000 inwoners).
Een stadje uit de Romeinse tijd (Bénéharnum) op een hoogte gelegen in de brede vallei van de gave de Pau. Het stadje gaf zijn naam aan de streek Béarn. De stad Pau ligt hier vlakbij. De kathedraal Notre-Dame is een monument in romaanse stijl, met schitterende mozaïek uit de 12de eeuw en graftombes van de koningen van Navarre. In 1608 is de toren ingestort. Aan de zuidzijde van de kathedraal was van 1569 tot 1600 dertig jaar lang een protestantse universiteit.
Lasseube in het departement Pyrénées-Atlantiques (1600 inwoners).
Een lang gerekt dorp met een kerk en woningen uit de 16de eeuw.
Oloron Ste. Marie in het departement Pyrénées-Atlantiques (13000 inwoners).
Een interessant stadje op de samenvloeing van de gave d’Aspe en de gave d’Ossau. Dit is de laatste pleisterplaats vooralleer de moeilijke klim over de Col de Somport aan te vatten op de weg naar Jaca in Spanje. Deze Col lijkt mij te hoog (1500 m) en ik kies daarom terug voor de Col d’Ibaneta.
Oorpronkelijk was Oloron een romeinse vesting op de heuvel Ste.Croix, waarboven de gelijknamige kerk Ste.Croix staat te pronken en waarboven de promenade Bellevue loopt met zicht op de gave d’Aspe. De kathedraal Ste.Marie uit de 13de eeuw bezit een prachtig gebeeldhoud portaal met figuren uit de Apocalyps. Ze vertonen gelijkenissen met die in Moissac. De middenpilaar wordt gedragen door overwonnen Saracenen.
Saint-Jean-pied-de-Port in de Pyrénées-Atlantiques (1650 inwoners).
Een schilderachtig middeleeuws vestingstadje aan het riviertje de Nive vlakbij de Spaanse grens. Het is de hoofdstad van Basse-Navarre, één van de drie Baskische provincies in Frankrijk. Vanaf de wallen heb je een prachtig uitzicht over het dal van de Nive en de omringende heuvels en bergen. De Unesco heeft in 1998 de Porte de Saint-Jacques tot werelderfgoed verklaard.
Dit stadje blijft sinds verleden jaar in mijn geheugen gegrift als de plaats waar ik onvergetelijk ben opgevangen door Jeannine, mère des pélerins.
Saint-Jean-pied-de-Port is de laatste etapeplaats in Frankrijk vooralleer de Pyreneeën naar Spanje over te steken over de col d’Ibaneta naar Roncevalles.
Roncevalles aan de Alto Ibaneta (1057 m).
De route over Roncevalles bestond al in de Romeinse tijd en ook Napoleon gebruikte deze route in 1813 tijdens de aftocht uit Spanje. Het is een kale winderige plek waar een abdij staat uit de 13de eeuw. De kerk is van binnen vrij sober en de blik gaat naar het beeld van de Virgen de Roncevalles. De gebouwen van het abdij staan er verlaten en treurig bij. In de Capella de Sancti Spiritus liggen de pelgrims begraven die na de klim van uitputting in de abdij stierven.
Roncevalles is onvermijdelijk verbonden met het beroemde Roelandslied, het trieste verslag van de laatste dappere daden van ridder graaf Roeland, neef van Karel de Grote. Dit lied was de hele middeleeuwen lang een tophit en werd tijdens lange, d
Terug op weg langs de Camino Francés:
Op weg naar Puenta la Reina maak ik een grote bocht rond Pamplona over Urroz, Monreal en Obanos. Ik wil in Pamplona niet meer verloren rijden. Ik herinner mij dat ik helemaal opging in de joelende en hysterische menigte tijdens de Stierenfeesten van San Firmín.
Vóór Logrono sla ik af naar Oyon om over Laguardia en Cenicero het stadje Najéra te bereiken. Zo vermijd ik de wegenwerken aan de N120 waar ik verleden jaar meer mijn schoenen versleet dan mijn fietsbanden. Vanaf Najéra gaat het naar Sto. Domingo de la Calzada over Cárdenas, Villar de Torre en Ciruena.
Nog eventjes en ik kom aan in Belorado waar ik verleden jaar noodgedwongen mijn fiets aan de wilgen mocht hangen. Voortdurende kniepijn en een plots omslaande moraal tot onder het vriespunt deden mij de das om.
Het vervolg van de weg werd eerder beschreven op mijn blog onder “De Route”.
Bedankt lieve dochters, schoonzoons en familie die mij voor de 2de maal laten vertrekken en mij hierin terug willen steunen.
Mijn sympathie en dank aan iedereen die mij volgde op mijn eerste tocht en mij nu terug wil volgen op deze tweede tocht.
¡A vosotros os digo hasta luego y a mí me deseo buena suerte!
(Ik zeg jullie tot weerziens en wens mezelf veel succes toe!)
Ruth, perigrina modesta.
Reacties
Hallo, liebe Peregrina
Hallo, liebe Peregrina Ruth,
ich hoffe, dass Du wohlbehalten wieder zu Hause angekommen bist. Noch einmal meine Hochachtung vor Deiner Leistung! Ich habe zu Hause von Dir erzählt und alle bewundern Dich sehr. Nun hat auch Dich sicher der Alltag wieder. Aber ich glaube, der Camino wird unvergesslich sein.
Viele liebe Grüße aus Rathenow,
Peregrina Inge
fietstocht naar Compostela
Beste Ruth,
ik heb een oude Engelse fiets met Brooks zadel en ik heb ook nooit pijn
ik zou het zalig vinden om te doen wat jij nu gaat ondernemen maar heb op dit ogenblik geen tijd. Ik wens je een zalige beleving
tot weerzien,
annemie, je weet we, uit jouw buurt
langs oude wegen
hallo ruth,
mag je hopelijk zo wel aanspreken,ik weet niet of je al op weg bent,kan ik uit het verslag niet goed begrijpen,wil je even laten weten dat de route die je volgt heel goed te doen is,heb hem zelf ook gedaan,vertrokken vanuit maastricht(route,deel 1 langs oude wegen,deel 2 langs oude wegen)6 weken over gedaan,zelfs nog een omweg over lourdes gedaan,7 juni vertrokken,19 juli aangekomen in santiago,ben niet over st jean pied de port gegaan maar over de col somport,naar jacca en toen naar peunta de la reina,daar de camino gevolgt
midi pyreneeen zijn het zwaarst,maar de moete waard,schroom je er niet voor om bij steile hellingen af te stappen en een stuk te lopen,is ook nog goed voor je rug,
ben zelf 56 jaar en fiets heel veel,ga in 2010 weer terug over een andere route,
heb ondanks dat ik als fietser alleen rijd veel plezier beleeft aan deze tocht,heb mij dan ook geen een keer alleen gevoelt,heb ook in albergues geslapen en heerlijk,ondanks dat ik voor frankrijk een tent bij mij had,
mijn naam,corrie raafs
adres,kerkstraat 37
weert
nederland
e-mail,corrieraafs@hotmail.com
als je tips wilt geef ik die graag
gr corrie
el camino#2
beste mevrouw,
met stijgende verbazing en respect voor uw exploten, het relaas van de vorige reis gelezen. CHAPEAU over de hele lijn. Destemeer omdat u straks het vervolg hervat.
Ik beken u eerlijk dat ik jaloers ben op uw durf, op uw doorzettingskracht,op uw courage. Ik weet zeker dat u heelhuids en zonder ongelukken zal aankomen, dat kan niet anders, daar ben ik van overtuigd.
Misschien een nodeloze tip, maar ik hou eraan om ze u toch mee te geven. Ook ik fiets veel (woon-werk, etcetera) en ik heb een redelijk broze rechterknie en een teer zitvlak wegens te mager. Voor beide euvels gebruik ik de onvolprezen Traumeelzalf. Deze is vrij te koop bij de betere apotheek en bevat geen cortisones of dergelijke. Ik heb lang met een ligfiets rondgecrost maar rij nu weer met een gewone fiets wegens toch beter zichtbaar en dus veiliger. Die fiets had een gelzadel en owee mijn spichtig onderkantje. Na 5kilometer was het al beurs. Nu rij ik sinds januarie rond met het goedkoopste zadel van BROOKS. Het is gewoonweg zalig. Weg zadelpijn, weg ongemakken, het voelt telkens weer alsof ik thuiskom en mijn sloffen aantrek. Kostprijs was 62 euro en mijn beste investering ooit en met voorsprong. Maar dit geheel terzijde.
Ik wens u een heel aangenaam tweede deel met heel "goeie benen".
Graag had ik u iets meegegeven voor lastige momenten,... het enige waar ik nu kan opkomen is een uitspraak van wijlen mijn grootvader, ik weet niet of ze van hemzelf is of van iemand anders, maar ik vind het een zeer mooie gedachte voor als "den bergop zwaar begint te wegen". ... aan de andere kant, als niets nog zeker is, is plots alles wel mogelijk...
Gegroet en suerte,
Niek Delporte, Antwerpen
traumeelzalf
Beste Niek,
Bedankt voor je grote interesse. Ik probeer gewoon mijn ding te doen en vind mijzelf soms een beetje gek. Is dit verbazingwekkend? Je reactie stemt mij blij en geeft mij moed en steun, nu mijn hartje steeds kleiner wordt en de vertrekdatum al maar dichter komt.
Over die traumeelzalf heb ik nog nooit gehoord en ga beslist een apotheker meer uitleg vragen. Ik rij op een gel-zadel en dat gaat vrij goed. Een beetje rugproblemen baren mij nu het meest zorgen.
Ik ga mijn best doen en schrijf alvast de uitspraak van je grootvader in mijn dagboek. Stof om over na te denken en te filosoferen tijdens een moeilijk moment in "niemandsland".
Vriendelijke groetjes,
Ruth
Nieuwe reactie inzenden